Interview Meander

Annet Zaagsma interviewde mij voor Meander Magazine. Lees het stuk hier terug.

“Poëzie is er naar mijn mening vooral om geschreven en gelezen te worden, en niet om te lang bij stil te staan”

Bonsaiboomkijktijd

Onlangs schafte ik een boom aan. Het soort wat je dwingt 
klein te blijven zonder dat het rebelleert. Het houdt 
geen dagboek bij over baas in eigen bast zijn of over 
de mogelijkheid zijn bladranden te slijpen 

zodat ik mijn vingers eraan zou snijden. Er zit een zekere traagheid 
in zijn reikwijdte en ik speur hard naar metaforen over 
kostbaar klein leven maar verval in clichés geput uit Wikipedia- 
gegevens over vruchtbare gronden en mestkevers. 

Naast de boom zou ik een Instagram-account onderhouden. 
Omdat zijn groei zich slechts traag laat registreren 
zou ik over een jaar of drie pas weer een waardige post 
met jullie kunnen delen. Daarvan kreeg ik het benauwd 

wat nou als Instagram stopt met bestaan over een jaar 
of drie. Wat dan met al mijn content en wat dan met de boom
in het algemeen. Overleefd hij het wel tot die tijd anders
sta ik mooi voor paal en heb ik al mijn trouwe volgers 

hun bonsaiboomkijktijd vergald. Aldus geschiedde 
geen eigen kanaal wel een update vanuit de boom:
‘Het gaat goed met me.’ Mijmerend aan zijn wortelvoet 
schreef ik een gedicht voor hem het gaat als volgt: 

Larix kaempferi 
leef
langer 
kort 

Driepuntsgordel

In een verwoede poging wat tastbaar te maken start ik een grondige zoektocht naar de perfecte all-in-one printer. Na een halve dag zoeken besef ik dat een mensenleven rijker is door unboxing video’s van Sjors75. Ook dat 34,5 ster voor de bekroonde koploper op het gebied van NFC-printen een goede richtlijn is. Stuk voor stuk puik gewicht in de schaal, als je weet waar je naar op zoek bent. Anders voelt het maar verwarrend als pepernoten strooien in december. Ik staak de zoektocht en ga op zoek naar 3D-contact.

Bij het naar buiten lopen zie ik de buurvrouw driftig boodschappentassen uit haar Panda tillen. Het zijn het soort waar ik zo van houd. Stevige linnen met lange hengsels waaruit grote pluimen wortelgroen hangen. Een XL-zak aardappelchips tekent zich af in mijn oorschelp. Zijn verre neef met iets meer kruiden, ligt half aangebroken in ons keukenkastje. Beschaamd veeg ik met de buitenkant van mijn mouw wat paprikapoeder uit mijn mondhoek. De tijd knettert harder met tegenstrijdigheden. Het is ten slotte al half 11 ‘s ochtends. 

‘Hey buurvrouw, je gordel zit nog tussen de deur.’

Ik denk aan die keer dat ik als tienjarige jongen mijn moeder in de haast het hoofd van mijn broertje tussen het portier zag verstoppen. Ze klemde twee rode sleutels met anti kerntrek-functie in haar mond en had ze van schrik bijna ingeslikt. Ze wilde vast haar eigen mond dicht draaien. Gelukkig trok mijn moeder hem tegen haar warmte aan en was het na tien minuten weer over. Er was nergens bloed maar tijdens de middagpauze had ik hem mijn helft van de chocoladereep gegeven.

‘Oké, dank je wel!’ 

bromt ze achter een toefje loof vandaan, en trekt met een ruk en zonder kijken het portier opnieuw achter zich dicht. Ik verdwaal nog even in het woud van dennenboompjes rond de achteruitkijkspiegel. 

‘Wist je trouwens dat de uitvinder van de driepuntsgordel, Nils Bohlin, een jaar werkte aan deze uitvinding? Tot die tijd maakte hij schietstoelen. Stel je voor dat hij ze combineerde en in deze Panda stopte.’ 

Buurvrouw kijkt me glazig aan en sjouwt drie grote tassen de oprit op. Ik had me nog zo voorgenomen mijn enthousiasme voor onzinnige weetjes in te perken. Ik wil langer dan vandaag semi-transparant in deze straat vertoeven. Om zo in een driepuntsgordel van wortelloof, XL-zakken chips en een all-in-one printer even vast te hangen in de schietstoel van de tijd. 

Hopende dat mijn gordel er losjes bijhangt, als het tijd is uit te stappen. 

Op straat: dansen om het karkas

Mezelf van bureau naar keukentafel en terug sjouwen maakt de lucht stijf en dwingt me iedere dag op dezelfde tijd naar buiten voor een rondje door het dorp. Verderop speelt de buurman een potje stoepranden met zichzelf. Hij gooit de bal, de rand geeft antwoord. Een eenvoudig spel wat er voor zorgt dat hij de nare gedachten richting zijn thuisblijvende kinderen op tijd uitroeit. In het naderen is het hem al vier keer gelukt. Achter hem in de betegelde voortuin omklemt zijn vrouw een bak gemberthee. Ze heeft haar laptop op schoot en de headset op.

‘Kun jij de targets van Q4 nog in het slide deck stoppen? Ik heb het idee dat deze het board echt over de edge zullen helpen.’

Een jaar geleden was dit een volstrekt futuristisch beeld. Nu vraag ik me alleen maar af hoe de rand van Q4 er uit zal zien voor de buurvrouw en of het samenvalt met het stippen zetten van buurman.

‘En buurman, al gek geworden daar binnen?’

Ik haal vragend mijn schouders op, en roep zijn bewegende lippen een halt toe. Ik plug mijn interesse in op nummer 7, pauzeer de podcast over een ecologische aanvliegroute voor corona en de wereldeconomie. De buurman herhaalt zijn vraag.
‘Ach, binnen de muren van ons huis is het goed vertoeven. Het is in het schedelpannetje dat het wel eens nauw wil worden.’
Ik tik twee keer kort met mijn wijsvinger tegen mijn slaap aan.

‘Helemaal juist wat je daar zegt.’

Ik blijf op gepaste afstand, want de buurt volgt met microscopische lenzen en microfoontjes elk gesprek. Na het mondiaal op de pauzeknop rammen is me duidelijk geworden dat we terugvallen tot de essentie. Interesse tonen in elkaars holen en de manier we ons daar in en rond bewegen.
Buurman trapt uit kolere de bal met een mokerslag tegen de stoeprand, waarna deze tegen de stoelrand van de buurvrouw op knalt. Thee gutst over de rand van haar #girlboss-mok, zij slaakt een gil maar haar hand lijkt ongedeerd. Hij schrikt van zijn doen, maar buurvrouw zoekt geen toenadering. Ze sprint naar binnen, en knalt de deur achter zich dicht.

‘Gelukkig heb ik de sleutel bij.’

Buurman zucht zich een weg richting een gesprek. Ik trek m’n wenkbrauwen op met holle handen, mijn schedel open voor zijn relaas.
‘Kijk buurman moet je horen. Je weet dat ik m’n brood verdien als documentaire fotograaf, niet? Ik heb al weken geen plaat gemaakt. Ik kan nergens heen. Hier en daar een klus voor het lokale suffertje is geen walhalla, geloof me. Maar het betaald wel de rekeningen. Snap je? Ik word letterlijk gek hier binnen.’
Ik knik, zet een stap in zijn richting.

‘Buurman moet je horen. We dansen allemaal om de karkassen heen. De kop en staart zitten er allemaal nog aan, alleen beweegt het al lang niet meer. Dus trek maar goeie dansschoenen aan. Al eens aan een podcast gedacht? Die schijnen het goed te doen nu.’

Hij kijkt me glazig aan en mist een terugkaatsende bal. Een bloedneus vlekt het leer rood. Geraakt door het karkas, want het wil nog bloeden, ook al begint de temperatuur stevig te dalen.

‘Ik zou de buurvrouw maar even naar die neus laten kijken. Goed, ik ga maar eens op huis aan. Een potje tafelranden met mezelf afmaken.’

Zeef van de Maand

Mijn gedicht ‘Waarde van vingertoppen’ is gekozen voor de Zeef van de Maand, voor Het Gezeefde Gedicht.

Waarde van vingertoppen

Wat zeg je tegen alle kinderen van alle
kinderen als ze zonder handen
geboren worden zeg je dan dat wij

elkaar op den duur minder tot niet
meer aaien mochten, dus lieten we ons de vingers
afdraaien in stilte.

Aan de hand van een foto uitbeelden dat het ons
minder scheelde dat we enkel zo
in leven bleven. Zal het

ze uitleggen dat we de tengels weer
verlengden onder stolpen lang nadat we toch al
gestopt waren. Met vuisten

op tafel slaan. Ze zullen zeggen:
leuk opa, zullen we een spel spelen.
Ik tel tot twee hier met mijn stompen.

Bladeren naar de V daar niks aan getroffen
in vingers. We schuwen geen mens wel
waarde van vingertoppen.

Meander Magazine

Drie van mijn gedichten werden geplaatst op Meander Magazine.

‘Dichter Gaël van Heijst toont zijn taalvaardigheid voortdurend. Was er een wedstrijd voor de mooiste zin uit alle inzendingen van 2020 dan won zijn “achter een voordeur valt iemand in het slot” met glans. Zijn buitelende teksten schreeuwen om voorgedragen te worden, misschien staat u wel naast uw stoel en roept “we begrijpen wat u beweegt”.’

Bron:
https://meandermagazine.nl/2021/01/gael-van-heijst/

AMAI award

Mijn gedicht ‘Stof’ staat in de longlist van de AMAI-award (ALLE MONDEN AWARD INSTAGRAM 2021)

Iedereen kan op dit gedicht stemmen.

  1. Ga naar http://www.amaiaward.nl/stemmen/
  2. Kies gedicht #27 van @gaelvanheijst
  3. Vul het formulier verder in
  4. Laat weten dat je gestemd hebt, en maak kans op een verrassing!

Beste originele gedicht

Een winnend gedicht! Het gedicht Buurtonderzoek: wat hangt ons boven het hoofd won de eerste prijs in de categorie Beste originele gedicht op Schrijverspodium.

“De beoordeling van al die prachtige creativiteit is natuurlijk een subjectieve maar toch geen gemakkelijke, want welk gedicht is nu het beste originele gedicht? De keuze is uiteindelijk gevallen op het intrigerende Buurtonderzoek: wat hangt ons boven het hoofd dat qua vorm en stijl een heel creatief gedicht is met meer verdieping dan de eerste lezing misschien doet vermoeden. Aan de prijs is een geldbedrag van €50,- verbonden. Van harte gefeliciteerd! (De naam van de auteur wordt bij de einduitslag bekend gemaakt.) – Erik Lange, 16-11-2020″

In de prijzen: Schrijverspodium

Afgelopen december won ik de 15e editie van het Schrijverspodium. Daarmee won ik een traject voor het uitgeven van een eigen bundel! Deze komt in 2021 uit.


Schrijverspodium schreef het volgende:
“…van de poëzie van Gaël van Heijst is in het democratische deel het licht humoristische Gazon nog redelijk hoog geëindigd maar zijn overige gedichten niet zo. En dat is jammer want er valt een hoop te ontdekken en te genieten in zijn werk. Zijn poëzie loopt over van het creatieve taalgebruik en de originele inhoudelijke en stijlmatige vondsten. Zoals in Buurtonderzoek: wat hangt ons boven het hoofd (dat in deze editie al met een prijs voor het beste originele gedicht werd bekroond), Stukjes van mensen en het prachtige Een achterbank – Deel 1.
Van deze drie dichters is in samenwerking met Linda Holla van Kirjaboek Gaël van Heijst tot winnaar van het redactionele deel van deze 15e editie van de Schrijverspodiumprijs verkozen! Hij wint daarmee dus een eigenboekpublicatie. Van harte gefeliciteerd, Gaël.”
De volledige uitslag lees je hier: https://schrijverspodium.nl/juryrapport-15e-editie

Voordragen

oplettende letterslingers
de klanken willen in formatie
loslippig trillen papieren praatpapillen

wijzen naar de gapende oor-uitleners of
stoelrand-hangende-glaasjes-nippende-fluisterende klagers

omdat dit heus geen keus was en vroeg
of later baadt het niet
bestaat het meer in een minderte
dit start ver buiten jullie lijven

minder het geluid van mijn stem trok mijn kapsel
fans of omdat je simpelweg een avondje
aan ‘t vergeten bent

dichterlijke vrijheid rijm zo woorden gespreid
liters gelijmde vlijt met ogenschijnlijk wat
bescheidenheid

oost west achter tussendoor woorden
dragen die alleen ík het allerliefste hoor

sta in mijn vlees en water
op wat later dit podium bleek te zijn

kijk mensen zonder janken genageld
hier zo op de latten
jullie strekkende aantallen
wapperen met gebaren langs flanken

nagels tikken mijn tijd is om
presenteer de waaiers en maak
klanken waarmee wij elkaar nu heel
hard zouden kunnen bedanken

het publiek klapt de oren doven
iedereen blijkt weer thuis

Euromuntjes sparen

Vooraf blazen we sorry voor ons plat zijn,
het is om praktische redenen.
Mevrouw verstaat u mij, u mag
uw plaatje naar mij toe keren.

Helaas,
in de massa van onze multomap,
zijn de gleuven al lang vergeven.

Volgende alsjeblieft.

Op de zijkant stapelt beter.
We bestaan uit dezelfde materie,
dat is toch ook een taal?

Kruidenierszaaktransactie

Aan het eind van een korte
kruidenierszaaktransactie,

klept de verkoopster zo vriendelijk,
was dat alles? Mijn reactie:

vlijtig wijd ik uit over
de mensen in de soorten en de

maten waarin ze komen, wat als
nou zo, of nog een tweede oerknal?

Een rij over de stoeprand zichtbaar
aankomend trammelant, sluit zij

de transactie met: meneer, morgen koopt u
maar ergens anders uw krant.

Okselkuur

Kruip in m’n oksel, het is er
warm onder mijn geitenwollen trui.
Geeft het leven je de brui, ben
je hier niet vleugellam.

Kruip in m’n oksel, het mag er
wel wat rieken. Dat is nou
eenmaal de man die rijpt
op een leeftijd onbepaald.

Kruip in m’n oksel, het kan er
veel langer dan een uur.
Blijft daarna een sterk verlangen,
schrijf ik voor de okselkuur.

U ook weer hier

Goeiedag, hallo u ook weer hier,
het is prachtig weer vandaag.

Ja deze hoed staat u beter ach
kijk die snoet hij doet echt niks,
alleen de buurman wil wel eens blaffen.

Niet allemaal,
de meeste die willen wel
eens even met je kletsen.

Toch het went, als enkele vent
rugwaarts op fikkie gaat staan wachten.

Goeiedag, hallo u ook weer hier,
het is prachtig weer vandaag.

Een antwoord heel voorzichtig.

Een aflaten

Onze armen half onder het oppervlak want we zijn boeien. Vanaf je middel tot de tenen lijk je een afzinken met het anker dat trekt aan je voeten. Korte dagen vermageren, we kunnen niet in het donker scheppen en ook niet veel dieper, we worden moe maar dat begrijp je. 

Het is geen gebrek aan spades of houwelen. De laatste technologieën bedienen ons tot op de bodem. Het is het vastklampen aan de korrels, want wat glijden ze hard door onze vingers. We wisten niet dat een stroming zoveel harder trotseert. Schelpenschilfers krassen, onderwaterplanten zwiepen en zandkorrels knarsen tegen onze handen.  

een bericht van boven
het anker went aan nachtlicht
slaat linksaf de trog in
stort neer op de bodem

Maar wat als, 
wat als we meevaren wat als we proberen wat als we het anker doorsnijden wat als we keren. Als we al wat deden, het liet de pokken koud. 

Het zoog onze armen verder naar beneden. 
We tellen luchtbellen minder, het daalt. 

Het is onrustig op de kade. Slapen en loslaten het is zo over keilen over het laken. Langzaam nam donker het water tot aan je lippen en het was een rustig aflaten, je was gewend geraakt aan de temperatuur van het water. 

Terugtrekken nou, anders worden we allemaal drenkeling. Wiegende handharen komen bevroren boven de waterspiegel. 

Middel. 
Navel.
Borstbeen. 
Keel. 
Kin. 
Neus. 
Ogen. 
Kruin.  

Het anker trok harder,
je was het al vergeten. 

Vertel je ons later wat het was te dragen,
als ook wij onszelf aflaten? 

Eendagsbomen

moeie ranke takken strekken bladerdakken
in briezen korst de kou mijn lippen
rugwaarts tenonder in verse bosbaden

kopje onder zompig mos mag mijn naam bedelven
de haren rechter op mijn arm en nek
onder een gewicht buigen scheuten

tevergeefs, ik wil moe zijn vandaag
wij verliggen temidden wilgenmoeders
waar modder trekt aan mijn middaguren

ik verpot geen spier en ben
met geen spa te scheppen
kom me maar halen daar

waar ik baad wil ik moe zijn vandaag
en streel plots ontsproten alle
vers bebladerde eendagsbomen

Het complot van de koe en de haas

wel waarom
niet zozeer hoe
geeft reden aan haas
gevangen door de koe

hoe de koe een haas vangt is spreekwoordelijk incompleet
alleen een dwaas kijkt een sprintende haas na gegrepen door
denkbeeldige vete in ‘t groen tussen haas en koe
het is natuurlijk duidelijk dat lukt haar niet want

log traag is koe ze kan niet grijpen met staart of rechter voorste hoef
en daarbij overwegend pacifistisch hierover in mijn laatste bundel
voor ik hemels ga vissen leest u de complete lijst

met allerhande fabels die iedereen kan missen de koe en de haas staan
onderaan dit wilde ik even de wereld uit zo hup op een raket in een
baan rond de zon en nu dan toch het waarom

wil ik even met u delen want het gaat toch echt als volgt de koe met
haar hoeven kan krabben aan haar kop toch nooit wordt zij gekrabd tot
helemaal achterop het is daarom dat de koe op zoek is naar verlosser

de haas zal wonen tussen de oren van de koe wanneer ze jeuk voelt die
niet valt te bekrabben sprint de haas naar het einde om die voor
haar op te lossen het is echt zo eenvoudig en ook verscholen

in deze toevoeging aan de lijst vele parallelle universele
levenslessen toch doe ik een oproep op uw intellect
vraag ik u zelf te grijpen naar handvaten om er vanaf te zijn
laat ik het hierbij tot morgen wacht nog even op die bundel

AAN ALLEN DIE HET LEZEN

Goede poetser gevraagd maan- 
daags bij blind maagband schieten te 
ver. Op Goed Geluk. Barblad klein en   
buitenkant glas. Maak doek eigen 
in verband met richtlijnen. 
— Ella 

Stuurgroep MUD snort op centraal
met eigen materiaal, de nodige
koek en warme dranken — wij staan
allen om klokslag zes uur op
hopen hoge opkomst.
— Tom (Mol Uit ‘t Dorp)

Onder genot van Nieuwe Neut kwam tevree
aan heidens karwei een eind. Jan Jaap
Pieter en ook Freek van Slijterij GG
sloegen schandpaal ter hei — bewonder
ze temidden van ‘t Dorpsplein.
— Freek van Slijterij Goed G(en)ieten

Bericht aan moeders welke kinderkarren
rijden — u kunt veilig trottoirs bestijgen.
De eikels uit de bomen vallen vertraagd
getuige cijfers van Erika uit de Boomgaerd.
Calculi bij WABI bekend.
— Erika

Winter sierlijk doch gladde schijn,
ouderen vroeg alert of we starten zonder.
Thermoskannen geschonken door Comithéé
het Oortje wel de kleppen voor eigen
rekening. Neemt allen uw blazers mee.
— Jaap

Voetlezing niets voor u? Loop eens
met Beide Benen en de tenen
door de post. De waarde van uw
landschap — stort binnenins
verloren kind terug ter aarde.
— Connie & Pootje

Uw oproep op het Informatiebord?
Max. 5 regels getypte kopij
aanleveren bij Jannie (nr. 12A)
in stenen postbus everzwijn.
— Jaap

Hoogachtend beplakt,

Werkgroep Adviesorgaan Beheer Informatiebord
(WABI)

— Jannie & Jaap (nr. 12A/B)

Niemand hoeft echt nog veel verder

gestutte slingers stuwen voorhoofden
in ochtenden onder parelende okselhanden
wielen draaien glimmend staal
trap want ze blaast kolkend in richtingen gesloten

zij giert
windt tot
een poort
verorbert

bladzijdes blokken getijdes
grote mensen blaten — ze willen ons
op blz. vijfenzestig regels drie +
vier- en vijftig wijzer

bedingend beurtelings vragen rechts en
ook links waar zijn we gebleven 
is een slaapkamervraag tot de wekker
voordraagt ik weet het
tussen lakens 

afkoelend lauw in pauzes kauwend op stoepranden 
zie de gaatjes ontstaan in mijn hersenkwabben
terwijl de trommel kruimels loost
klingelend staal schuift me terug in lades 

eenmaal los zal helemaal
anders zijn morgen dan beloofd
niemand hoeft echt nog veel verder

het dreigt in te storten tot
het gevallen is 
druk op alle resetknoppen
in een vorm van salaris

Dit huis dus.

Op beeldschermen een uitstrijk van buitenranden. Warmer stappen
in dampende darmen — levensjaren in een honderdtal. Wenk de
splinters uit lange planken, vierkante millimeters strak
trekkende lakken. Haar kappen gelapt, dak in wimpers tot
aan betonnen zolen. Ze heeft die groen omrande ogen
waarop de lieveheren in rode stippen dansen.

Alle deuren open kraken. Meneertje makelaar, hoort ‘t
zo te horen? Jongen — hoor eens goed — want zo,
zo klinkt nou karakter. Woorden kletteren — gerinkel
in biljetten. Plots zo wij en zij blinken,
natte inkt in cijfers letterend.

Ze heeft een nieuwe jas gehad. Haal door het houtje-
geen touwtje. Stalen van vastgegroeide boomschors
schurende vacht — want — die gaan jaren. Volg eens
de verwachting, zegt een aandacht-smerende
anderhalve-meter winkeljuffrouw.

Oprecht — ik mat mooiere vacht,
omdat ‘t inpandig zo lekker rook. Hebben ze je
toch weer kei-hard bij de neus. Zeker in tijden als deze.
We vertrekken contactloos. Plastic gepast
op toonbanken. We betalen vandaag al eeuwen
tweeduizend en twintig.

Wrik aan hoeken van bakstenen koeken,
sop ze schrobbend in grote zwarte teilen — let op,
naadjes kitten dan veilen. Suiker ze terug daar waar
ze horen. Ben geen vakman, er zoet mee.
De vrouw zegt fier: mijn humeur beschadigd
toch je pakt door — krachtig.

Aangrenzend alle hens aan deksels op neuzen — u treft mij
op een meer dan voortuinlijk moment. Toch niet binnen vragen
ook wij — respecteren het er-ie-vee-em. Zij doen hun best toch
kleuren tot-de-nok reikende dozen kamers karton
sur ton. Voorzichtig zak ik onderuit op doorkijk-
bank en -stoelen, in pandemielevertijd.

Langs langere uren scheren we boomtoppen op-
rapen — doen we later. Zet ze in de vazen voor alle
negenenveertig ramen. Voordeuren dragen identieke laarzen,
glimmend groen in verschillende maten. Dubbele gespjes.
Je weet wel, zulke.

Staar door glazen in wapperende vleugelranden op
de handen van buurmannen — waarvan de vrouwen
reiken zo van hier. Ik heb welkom vertaald.
Neem vlijmscherpe taartpunten, prikkend
in je maag.

Wij braaf eten, verdeeld vanuit een vrees
nieuwe deurposten te meten. Zo past het bed ons
beter. Geeft niet we zijn voorgeschreven in
beweging. Pletsen tienduizend stappen
in identieke plassen. We hebben dubbele gespjes.

Meten groei met verborgen kwasten die lange
grijze haren trekken. Zilver is oneindig winnaar.
In binnen en buiten, ijlend over zoete
misselijkmakende binnenste-buitenheid, wentel
in een huis — langs al haar aaiende kanten.

Het is zo’n plek waarin je daags morgen
naden dichtsmeert tegen verveling of de broodjes pinda, of kaas.
Kruip nu in theepotten met goede boeken. Alsjeblieft,
kom ons niet zoeken, we zijn met wikkels
in warme kleden alleen maar
samen hier binnenin — dit huis dus.

Zoals water aan padden trekt

Zoals water
aan padden trekt
kom ik tevoorschijn, als
jouw donkere wolkbreuk
lekt. Geef mij het rollen
van je wangen. Het,
tollen van gedachten gangen
van zaken die we
met vier hersenhelften
stukken beter
lijken te snappen.

Zoals water
aan padden trekt
blijf ik zitten, spring
in inktpotten tot niks
vlekt. Geef me bladeren
van je ongeschreven kanten. Het,
beven van je randen
onderaan watertrappelende
vingers hemelen om
stukken beter
blijven te lijmen.

Een toegift

Na de volgende zinnen
laten we lachend tranen stromen,
voor de mokken en de boeken
voor de voorverwarmde hoeken.

Na de volgende strofe
staan we op tafels en stoelen,
voor de sofa’s en de banken
voor de galm in onze klanken.

Na het volgende nummer
klappen we onze handen tot puin,
voor de vloeren en de muren
voor de rondjes in de tuin.

Na de volgende toegift
rennen we rondjes door de straten,
voor het duizelt voor de ogen
voor we onze binnenkant verloren.

Er loopt een Kees tegen hem

Hij zo rap de Sjaak, want
een tikje nieuwsgierig.
Keek te lang naar buurvrouw,
vond buurman minder plezierig.

Hij geen Jan met de pet,
toch een hele Klaas.
Buurman greep naar de koevoet.
Zo loopt een Kees tegen ’n dwaas.

Buurtonderzoek: wat hangt ons boven het hoofd

de eerste indruk is…

dag meneer één 

héle 
goede 
avond  

nee hoor berg de beurs maar op ik breng geen 
collectebus toch sparen
is het soort van wel
ik ben van het buurtonderzoek: 
wat hangt ons boven het hoofd

winnen van vertrouwen
ik kan u alles vertellen
maar stap liever van de stenen af
die zijn me koud en nat vandaag

liever beklim ik even uw zolder
even piepen wat u verder stopt zo
achter uw eigen ogen
maak kennis met de bewoner(s)

ja lekker maar alleen als u heeft staan
een wolkje 
sojamelk

ja ach dat doen mensen
tegenwoordig iets met 
minder volle schuren
vertrapte dode kalfjes

snel we worden 
zwart — u heeft geen sojamelk — dan maar zwart 
och ach die dode kalfjes

schoenen uit is goed ja
nee we willen niks vies

voorwaarts de tredes op
ja hoor gaat u maar eerst

vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree   

vertel hoelang heeft u
de zolder al heeft u alleen gepakt 
of met de hulp van iemand anders

het volgende punt is de visuele inspectie

voorzichtig een kijkje ruik aan
vijfenzestig kilo persoon in miljarden snippers stof

ik zie het al zoals ik dacht
kleren kaarten kilo’s kreukels

meneer
hoe draagt deze trui die
droeg haar lach zo goed
ik snap het
dat denk ik

oké niet openvouwen
straks moet iemand huilen

en kan niemand
u nog troosten

wat sparen we hoop 
in dat kleine 
kleine hoofd van ons

een afsluiting ik weet genoeg
bedankt voor al uw tijd
voor zwart 
och ach de dode kalfjes
achterwaarts de tredes af
ja hoor gaat u maar eerst

vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree 
vlizotraptree

ik wens u
meneer snikt 
ik wens u een hele fijne
meneer snikt 
ik wens u een hele fijne avond nog
meneer snikt 

vouw ik de trui weer
even netjes voor u op nee oké

dicht gaat de klapper
achter een voordeur valt
iemand in het slot 

nummer 34B
nummer 34C 

een deurbel

strijk door mijn jonge haren
de eerste indruk is… 

Het knaagt – Deel 2

Dit is het vervolg op Het Knaagt – Deel 1

Vorige maand schreef ik over de rat die onze keukenkastjes had overgenomen. Met als gevolg zijn (of haar) wenselijk (sorry) overlijden. De rat snoepte van het gif, en was ergens stilletjes gestorven. Dit verliep niet geheel geurloos, maar soit, kun je dat het beest kwalijk nemen? Stel je voor dat iemand mijn favoriete vegaburger vergiftigd. Dan zou ik maar al te graag in een gifbommetje veranderen. Vooralsnog zag het er rooskleurig uit voor ons. Wij konden met een gerust hart op vakantie. Case closed, zo dachten wij. Toch kreeg dit verhaal een gevleugeld staartje, eentje met een glimmende gloed.

Teruggekeerd van een weekje welverdiende vakantie, treffen we ons huis anders aan dan we het achterlieten. Bij het parkeren van de wagen, zien we de zwarte lijkjes al in de vensterbank liggen. Bij het openen van de voordeur, werd de grootte van de ramp echt goed zichtbaar. Honderden groene vliegen liggen met de pootjes omhoog, de vleugels gespreid. Het houtkleurig vinyl in onze hal verstopt zich erachter.

We veegden alle vliegen in een razend tempo op. Gelukkig hadden we nog wat flessen bleek in de keukenkast staan. Wat een weekje vakantie toch niet in je los maakt. Ik tik mijn vrouw gekscherend aan: hee, we hebben helemaal geen voor en na foto’s gemaakt! Deze gevleugelde hypothetische post zou vliegen op de socials, schatte ik zo in.

Het zette me wel aan het denken over ons toedoen in deze massamoord. Al die verloren zieltjes, ten gevolge van één rationele keuze. We hadden de rat vergiftigd, maar wel op veilige afstand. Met als gevolg dat hij stiekem ergens kon doodgaan. Hadden we het leven uit hem geknuppeld, was ons de vliegenplaag gespaard gebleven.

Een afstand creëren tussen het wapen en het slachtoffer. Een klassiek voorbeeldje ‘trolley dilemma’, zo leerde ik afgelopen week.

Het trolley dilemma is een sociologisch dilemma wat onderzoekers al decennia bezighoud. Het stelt het volgende:

  1. Er liggen vijf mensen vastgebonden op een rails, een tram dendert op ze af. Op een aangrenzend spoor ligt één man. Je hebt een schakelaar om de trein van richting te doen veranderen. Wat doe je? In de meeste gevallen kiezen de ondervraagden voor het wisselen van spoor. Eén persoon dood, en vijf gered.
  2. De tweede variant is interessanter. Hier liggen weer dezelfde vijf mensen vastgebonden op het spoor. Ditmaal staat er een forse kerel, langs het spoor te wachten. Door hem op het spoor te duwen, zul je de tram óók stoppen.

Wat doe je? Met het laatste voorbeeld lijken een heleboel mensen meer moeite te hebben. Wat heeft die rat met die tramrails te maken? Blijkt maar weer dat we voorkeur geven aan de makkelijke weg, doen alsof er niets aan de hand is. Het liefst met onze ogen dicht. Zo heeft het wapen de rat vermoord, en niet wij, toch? Wij hadden niet het zwaard vast.

Liever nog, hoopte ik dat de rat aangereden was door de tram. Dan hadden wij helemaal niets hoeven opruimen. Geen dode rat en geen tollende glimmende vliegen. Jammergenoeg loopt er al jaren geen tram meer door onze wijk. Dus poets ik tevergeefs op de laatste vlek: een zwerend schuldgevoel.

Eerlijke verzamelaar

Ik heb me ooit laten vertellen dat je als postzegelverzamelaar geboren moet worden. Als ik na het naar buiten gaan nog eens terug mag komen, word ik filatelist.

Ik bewaar klein stukje buitenshuis in lades van onze kasten. Ze puilen uit tegen de tijd dat je dit ontvangt, zo snel gaan we. Kleine rechthoekige vlakjes met gekartelde randjes, vertrokken in uithoeken van allerlei landen. Onuitspreekbare namen troosten andere onuitspreekbare namen.

Een eerlijke verzamelaar ben ik, nooit word ik als oplichter bestempeld. Stuur altijd een brief terug. Enorm veel letters zouden mijn kant op komen. Ontelbare keren het alfabet rond. Voorzichtig stoom ik alle postzegels er af.

Hoe is het bij jullie? Wat mogen jullie allemaal tegenwoordig? Handgeschreven, aaneengeregen wijde wegen.
We krijgen de nieuwe landkaart waar je anders moet bewegen. Ik reis met jullie de wereld over via waardedocumenten. Miniatuur kunst in een eigen uniekheid. De lade geopend, meerdere dikke enveloppen keer ik om op de eettafel.

Elke avond leg ik ze op een lange rij, volg de randen met m’n vingers. Weemoedig oude ziel, mijmerend terugdenken aan vervlogen plekken. Plekken waar hopelijk zelfde verzamelaars dezelfde rituelen koesteren.

Met je ogen gesloten kom je overal, en een heel klein stukje dichter bij elkaar.

Het knaagt – Deel 1

Het is warm buiten, we houden onze huizen overdag potdicht. Binnensdeurs zindert het. Zengende hitte zwelt aan, m’n slapen kloppen en zweet gutst langs m’n rug. Bij het typen plakken m’n onderarmen aan de houten keukentafel. De plek waar je mij na vijftien weken dienst al kunt uittekenen tussen negen (oké, half tien) en vijf.

Boven mijn hoofd een zwerm groene glimmende vliegen. Ze zoemen, maar ik hoor ze alleen als de accu van m’n koptelefoon leeg is. Ik ben de enige in de kamer, en hoor ze eigenlijk niet. Zoemen de vliegen dan ook echt? Zo’n gevalletje,’is de boom gevallen, als er niemand in de buurt was?’ maar dat is van een hele andere orde.

Eerder deze week moesten we helaas een overlijden melden. De keukenrat is van ons heen gegaan, en heeft een vaarwel gevonden, in een hoekje onder ons keukenblok. Hij is eenzaam en alleen koud geworden, op een plekje waar we net niet bij kunnen. We hadden hem zo graag opgeschept, en een vredige dienst gegeven. Ik had het juiste lettertype voor de liturgie gevonden. Gisteren alle ingrediënten voor cakebeslag in huis gehaald. Familie was niet te bereiken. Maar geloof me, die zaten volgens mij goed in de rats.

Vorige week wilde ik de rat met diervriendelijke middelen vangen. Een fuik bijvoorbeeld, om hem daarna in de uiterwaarden weer los te laten. Zodat hij daarna met zijn rattennavigatie weer vrolijk kon terug tippelen. Of hem goed toespreken, en de deur openlaten in de nacht. Hopen dat hij uit een soort schaamte netjes z’n knapzakje pakt, en stilletjes de deur sluit. Niets van dit alles leek te werken.

Ik kocht het meest agressieve gif, precies zijn smaak. Ik legde het op de plek waar hij eerder aan onze iets kruimige aardappelen met blanke (witte?) schil begon te snoepen. En man, wat vond ‘ie het lekker. De verpakking beloofde dat de rat zou verteren na meerdere doses tot zich te hebben genomen.

Onze keuken riekt naar een zomerse namiddag in een abattoir. Waar ook nog eens de koeling van is uitgevallen. De lucht zo dik, dat ik er met één arm tegenaan kan leunen. Oké, ietwat overdreven, maar ze staan niet te drammen om dit luchtje in de winkels te krijgen.

Ergens treft niemand blaam. De rat liet zich niet zien, beschermde met huid en haar wat ‘ie had. Niemand zou zo’n geheime schuilplaats van ‘m afpakken. Zo erg meende ‘ie het, dat hij er stilletjes is gestorven. Als een kapitein die ten onder gaat met z’n schip. Zo deed ik hetzelfde. Beschermde wat ik als het mijne beschouwde. Ging het gevecht aan met rat, en won. Hij had het nakijken, in een andere gedaante welteverstaan.

Nu snuif ik enkel nog zijn – op het randje na – vlees geworden presence op. Zo dwaalt zijn geest door ons huis. Mijn geurreceptoren wennen maar niet aan zijn zomerlands’ bouquet. Ergens in mij steekt het. Wie ben ik om te bepalen of meneer de rat z’n laatste aardappel aangevreten heeft? Mij komt toch ook niemand uit m’n huis halen? Ik duld hier ook geen indringers, en er zijn grenzen aan mijn gastvrijheid. Als ik saaier ben, open ik een B&B. Ik pers elke dag verse jus, schil kilo’s iets kruimige aardappels met witte schil. Iedereen is welkom, rat of niet. Ze moeten alleen wel betalen.

Lees verder in Het knaagt – Deel 2

Ze hebben seks in mijn achtertuin

Ik bekijk een grafiek die de grootste stijgingen in online verkopen toont sinds de c-crisis. De broodmachine maakt een comeback. Inderdaad, waarom niet. Ik hou van een broodje op z’n tijd. Ik val terug op ouderwets uitpakken voor het gezin – Danerolle-reclame style. Ken je iemand die niet van vers brood houdt? Ik ga wel als nouveau jager/verzamelaar te werk. Het is mij teveel om een kwartier met klamme handpalmen op een slecht ontsmette boodschappenkar te leunen.

Binnen een etmaal staat een blauwe doos op de stoep. De bel lelt voor de derde keer, de bezorger zwaait al vanachter het raampje in zijn bus. Ik vraag me af of hij zijn huisbel-indruk-vinger ontsmet, maar ik heb grotere zorgen. Een gloednieuwe plastic machine gaat mij van mijn machteloosheid genezen. Al is het maar vandaag.

Twee uur later plaveit de geur van vers suikerbrood een aantrekkelijk spoor door het huis. Uit alle hoeken en gaten komen hongerige geïnteresseerden mijn kant op. Horden bijen drammen voor de oven, ik sta als ware Samurai met opgerolde krant op de wacht. Ik wuif ze de laan uit, terug de achtertuin in.

Ik besmeer wat snedes suikerbrood met boter. Het valt goed in de smaak. Tevreden met mezelf staar ‘k kauwend de tuin in. Zoom even in op de bijen. Die zijn het suikerbrood al lang vergeten, hebben andere dingen aan hun hoofd. De ene bij bestijgt de ander, tegen een backdrop van verse paardenbloemen die ik komend weekend weer wegmaai. Na vier seconden vliegen ze uit elkaar. Terwijl ze 300 keer per minuut met hun vleugels slaan.

Damn, they don’t fuck around. En toch… Ze hebben seks in mijn achtertuin. Wie maakt ze wat? Niks geen crisis.

Vorige week leerde ik de herkomst van dit woord. Krisis betekent – vrij vertaald vanuit het Grieks – ‘keuze’. Een crisis dient zich aan. De bij maakt de keuze om gewoon door te gaan met de orde van de dag. Geen suikerbrood om aan te knagen? En verder. Geen existentiële vragen, niks geen zelfhulpboeken. Niet puffen tijdens work-out-video’s van afgetrainde fitgirls. Verder gaan waar je gebleven was, het bijenvolk in stand houden.

Aan het einde van de dag speel ik met aluminium verpakkingen van paaseitjes die ik niet kon laten staan. Ik heb m’n zelfhulpboeken besteld, Youtube-work-outs gedaan én m’n suikerbrood gebakken. Toch lijkt het niet genoeg. Vroeg die bij zoveel meer van zichzelf? Ik denk het niet. Hij gaat verder met de orde van de dag.

Morgen open ik gewoon een nieuw document, bel met wat collega’s en schrijf die e-mails af. Smeer opnieuw een plak suikerbrood, het extraatje wat de dagen voor nu even goed maakt.

Waterdichtspray

Vorige week voegde ik een paar nieuwe sneakers aan m’n collectie toe. Daar komt altijd een heel ritueel bij kijken. Nadat ik de doos voorzichtig open maak, maak ik beide veters los en strik de schoenen opnieuw. Het idee dat ik ze zelf aansnoer, versterkt de band die we hebben. Hierna rennen we samen (that is, m’n sneakers en ik) de trap op en af, en gaan lekker in de bank liggen.

De eerste week behandel ik ze als luxe pantoffels, en mogen ze niet het huis uit. M’n vrouw grinnikt, geniet stiekem van mijn neurotische ritueeltjes.

Voordat we een rondje maken, grijp ik onder het aanrecht de beschermende waterdichtspray. Het label op het blik beloofd ze permanent waterdicht te maken. Een idee waar ik graag voor betaal. Alles onder het mom baat het niet, schaadt het niet.

In de achtertuin spray ik zowel binnen- als buitenkant helemaal stijf met dat spul. M’n neus vol met een chemische kauwgomlucht. De eerste week ben ik altijd erg voorzichtig, op m’n hoede met alles wat ook maar enigszins vlekken kan.

Denk je dat ze goed beschermd zijn? vraag ik haar twijfelachtig.

Natuurlijk. Er kan ze niks overkomen.

We maken een rondje op de fiets, en ik let even niet op. Met beide wielen ploeg ik door een diepe plas. Net te laat til ik m’n voeten van de pedalen. Modder overspoelt m’n frisse patta’s. Het stroomt langs de vetergaatjes naar binnen. Ik wist dat dit kon gebeuren, maar loog mezelf gerust.

We fietsen terug van het bezoekje aan onze ouders. Ik met natte sokken, geruïneerde sneakers en vergalde moraal. Allebei in hele andere sferen dan voorheen. Thuis wassen we direct onze handen.

Denk je dat ze goed beschermd zijn? vraagt ze mij twijfelachtig.

Natuurlijk. Er kan ze niks overkomen.

M’n neus vol met een chemische kauwgomlucht. Modder overspoelt m’n brein. Het stroomt langs m’n oren naar binnen.

Ik lieg mezelf liever gerust.

Ik stop even bij het skateparkje

Een gemene deler verbroedert. Passie voor voetbal of een gedeelde liefde voor postzegels. Toch zijn het de artefacten die ons verbinden met elkaar. Voetbalsupporters hebben niet meer nodig dan een vaal gewassen shirt. Wij skateboarders hebben die plank met vier wielen. Het duurt dan ook niet erg lang tot we elkaar gevonden hebben.

Mijn springplank uit een anders penibele, maar even pukkelige tijd. Mijn verhaal op de middelbare school is doorspekt met skateboarden. De eerste dag trok ik m’n skateschoenen aan en veel te wijde kleren en riep hiermee Ik ben hier! Kijk naar mij!

Er hingen wat gasten rond met skateboards in de pauze. Ze deden toen nog geen serieuze tricks, en droegen het meer als een soort embleem. Een uitnodiging tot een geheime club. En ik wist zeker dat ik het wachtwoord had.

Voorzichtig rolden we wat om elkaar heen. Het gekletter van de wieltjes over de stenen. Het fijnste ritme in de wereld. Een geluid wat me nog steeds doet omkijken. Er ontstond een vredesdans, voorzichtig charmeoffensief. Ik wist het, de vredespijp doet de rondte, in de vorm van voorzichtige truukjes. Het opende een poort, waarlangs de eerste woorden ontsnapte.

We waren allemaal op zoek naar wat maten, maar zeiden dat niet letterlijk. Daar waren we te stoer voor. We wisten ook niet waar we het moesten zoeken. Zo vonden we het per ongeluk bij elkaar. Vanaf die dag rolden we samen. Elk weekend cruisden we op de parkeerplaats van de buurtsuper in ons dorp.

Hier stalden we onze schansjes, gemaakt van afgedankt hout. Buiten obstakels maakten we ook veel ruzie met het winkelpersoneel, over de ruimte die we innamen en mogelijke last die we waren voor klanten. Die daar vaak heel anders naar keken, en ons aanmoedigden vanachter omlaag gerolde autoraampjes.

Ook waren we vaak in discussie met wijkagenten. Telkens weer legden we uit dat we geen vaste plek hadden voor onze spullen. Als een stam zonder totempaal om naar terug te keren. Kort daarna zamelden we handtekeningen in, en gaven deze krabbels aan de burgemeester tijdens een heuse raadsvergadering. Het comité zwichtte, en wij hadden het geflikt. We hadden eindelijk een skateparkje geregeld voor onszelf. Opeens schoten ze als paddenstoelen uit de grond. We waren trots. Onze ouders waren trots, en gerust. Voortaan hadden we één plek om onszelf te zijn. We zetten ongestoord ons clubhuis op.

De beste tijden beleefden we hier. Weer en wind, zolang het droog was, waren we er te vinden. We kenden elke put, versnelden over elke hobbel. Wisten precies waar de spijkers loszaten, of van welke kant je de obstakels het best kon benaderen. We moedigden elkaar aan, vierden onze successen met chips en gazeuse. Later ook wel eens met een biertje of wat ander spul. We vlogen elkaar in de haren, praatten later weer ruzies uit. Er werd geroddeld, gelachen, overwogen en vooral grenzen verlegd. Maar dat alles boeide niet, meer dan dat we aan het skateboarden waren, maakten we banden voor het leven.

Naast kameraden – trekt een pleintje waar jonge mannen hun atletische kunsten aan elkaar meten – ook vrouwelijk schoon. Wijs mij één plek aan waar dat niet zo is. Dus stonden er ook wel eens moeders langs de zijlijn, die kwamen kijken of zoonlief voorzichtig deed. Later kwamen er de vriendinnetjes, om samen een rondje te rijden. Wij dan hun handen vasthouden, en stiekem een beetje flirten.

Man, we waren de koning te rijk.

Op een houten plank met vier wielen leer je anders kijken. De weg voor ons als uitdaging. Met je maten de straten op gaan, maakt je onaantastbaar. Nee die plank was niet per se een schild tegen de wereld, meer eentje om onze eigen wereld mee te beschermen. Want hier was ‘t fijn, had je altijd iemand om mee te rollen.

Skateboarden heeft me hier gebracht. Op vier wielen. Asfalt en beton geven niet mee, dat kan ik je wel zeggen. Ze leren je wel wijze lessen over vallen en opstaan. Op je tanden bijten en doorgaan. Met een pak aan littekens, zichtbaar en denkbaar. Met dit plankje daag ik mezelf uit om weer naar boven te klimmen. Ook al loopt het bloed langs m’n schenen m’n schoenen in (true story). Ik neem het risico om keer op keer gekwetst te worden.

Als ik binnenkort terugkeer naar het dorp waar ik opgroeide, stop ik even bij het skateparkje. Leunend tegen de kofferbak van de auto, doe ik met m’n ogen dicht een perfecte truukje op het skatepark.

Als het in m’n hoofd lukt, zal het in het echt ook wel te doen zijn.