Als je terugkomt leer ik zwemmen

’s Ochtends open ik alle gordijnen en tuur de eerste uren in. Het is donker, en het raam is een poort naar een eindeloos niets. Ik was het zweet van mijn gezicht en kam mijn natte haren. Enkel als ik schoon en gekleed ben, kus ik jouw foto.

Daarna ga ik rugwaarts de trap af. Kort raak ik met m’n tenen het water aan, om daarna tot m’n middel in het water te zakken. De weerspiegeling toont mijn reflectie, gedragen door het water waarin ik elke week geboren word. Maar ik kijk niet naar beneden. Te bang een man alleen te zien. Bang een man te zien die er niet is. Een man die dobberend de week oversteekt.

Zo lig ik elke maandagochtend klaar in het water. Ik zet mezelf af tegen de rand en drijf zo de eerste dag door. Halverwege doemen contouren op. Op dag drie lijken mijn zwembanden af te gaan, kort erna staar ik urenlang naar de plafonds van ons huis. Tot het donker de leegte opvreet, vul ik de nacht met verloren woorden.

Onze telefoon viel op de grond, verdween tot puin onder mijn schoenen. Een zwarte sluier trok me voorbij de vloer. Je zou niet meer naast me liggen vanavond. Niet morgen. Ik bad tot krachten die me eerder niets deden. Wie mij ook hoort, geef mij nog één zonsopgang met haar.

Jij was de zon die de randen kon verlichten. In het donker was ik helder. Maar alles was schijn, want manen reflecteren. Ik weerkaatste en glom alleen naast jou. Waar we eerst een kader vormden, zijn de randen ons ontnomen. Een spiegel zonder lijst, een zwembad zonder kuip.

’s Avonds sluit ik de gordijnen en tuur de laatste uren in. Het is donker, en het raam is een poort naar een lang vergeten iets. Ik leeg mijn glas, en streel jouw foto. Met gesloten ogen voel ik jouw mond die mijn handpalmen kust. Stil maar, je moet verder. Ga door en omlijst je dagen. Doe het voor mij. Ik zweer de leegte dat ik randen zal bouwen. Ik aanbid de plafonds die jouw gezicht kadreren. Al is het maar voor een paar seconden.

Ooit zal die dag komen, maar voor nu ben ik gewoon een man. Een man die dobberend de week oversteekt. Maar als je terugkomt dan misschien. Dan leer ik misschien wel zwemmen.