Dit gaat niet over met een storm

De laatste sneeuw van het jaar tikt zilver
munten op het mos van een laat bevroren pad. Glans
(en ook haar waarde) te koud om op te rapen.

Onder een laken zwart en twijfelend met licht
stik ik de grote boze wolf. Middenin in wat leek
een bos volgt een streling langs mijn

verder doodgeboren arm – de spelden
met de scherpe kant omhoog. ‘Liefste,
dit gaat niet over met een storm.’

Ze neemt ze weg en zegt me, ga
slaap nog maar een uur of wat
en stik nietjes in de nacht.