Ervaring in De Kennismaking

Een vrouw met een kaalte als ware Moses zelf er tussendoor gelopen rilt in haar vilten bodywarmer als we door niet voorziene vertraging later dan gepland de zaal binnen stappen. December zuigt alweer ijspegels aan de dakgoten en een zucht winternat sluipt achter ons de hal in. Ze drukt me bots twee kaarten in de handen, gevolgd door een ‘We beginnen over twee minuten. Als u snel bent hoeft niemand te wachten’. Theatermensen, met hun wonderlijke gave genoeg lucht in een verderfelijke opmerking te kloppen. Met hun woorden als spatels en hun grote gebaren. Of we snel willen plaatsnemen, er zijn nog twee lege stoelen achterin. Tijd zat om de bar te passeren. Als onze jassen aan twee ijzerdraad hangers in de garderobe bungelen, sjouw ik in mijn vrouws kielzog twee longdrinks prik de zaal in. 

Iemand van de feestcommissie moet een half uur geleden de verwarming aangezet hebben. De radiatoren borrelen als feestdagdarm en dreigen de man voorin uit karakter te bubbelen. Zij houdt haar sjaal aan, ik haar tas vast. Iedereen houdt zijn sjaal aan of grijpt haakt in bij iemand die dat ook doet. Op een avond dat het dorpshuis zich opdoft als theaterzaal, kan dat. Carnavalsvlaggen overlappen foto’s van een scoutingkamp, zomer ’05. Een verzameling glimlachen in groeispurt, waterijsjes in de hand. 

Een vrouw met een gezicht zacht als boter wenkt ons naar twee lege stoelen, klopt zachtjes op een zitvlak. Mijn vrouw neemt eerst plaats en ik sluit de laatste rij af op de buitenste stoel. Knik wat, strooi wat hallo en gedag. Naar de vrouw met het botergezicht, naar de twee identieke polo’s van de techniek. Er wordt gefronst, wijsvingers tegen strakke plezierloze lippen gedrukt. Dan maar gauw de armen over elkaar, een duim omhoog. Wat mij betreft kunnen we. 

De spreker stamelt voorzichtig zijn eerste verhaal in. Hij beweert ervaringen te verkopen, tilt vervolgens zijn stem de grond af tot hoog boven de overwegende matgrijze haren. Een podium ontbreekt. Hij maakt zich breed als een buffetkast, houdt zijn adem in en haalt zo de missende hoogte in. Wat gekuch, een nies in een katoenen zakdoek. Even wankelt hij, knijpt een oog dicht naar de eerste rij en begint aan zijn eerste vertelling. Het rinkelt woorden. Scherven om ons heen. 

Als een arend die door de lucht glijd daalt hij neer met gestrekte vleugels. Scherpe klauwen naar beneden gericht, de daling ingezet. Een uitsmijter tijdens de kennismaking, treffende kwinkslag als deksel. Zeker niet slecht. Toevalstreffer of aardig begin. In mijn tijd kreeg je hier niet de handen voor op elkaar. Je was blij als iedereen op zijn plek zat en niet meer bij de bar stond te drammen om aangelengde bolglazen. Alles is tegenwoordig vrij van zichzelf. Op pad iets nieuws te worden. Vrij van alcohol, vrij van suiker, vrij van plezier. We kijken naar iemand die grandioos zijn best doet een ervaring te verkopen.

Dat is al een ervaring op zich.